Als de democratische wil van de kiezers zich ooit uitspreekt tegen de dictaten van de eurocratie, zoals dat in Griekenland dreigt te gebeuren, is er niets dat het uiteenspatten van de eurozone kan beletten, tenzij tegen dan de democratie volledig opzij kan worden gezet.
Dat schrijft Daniel Gros op Project Syndicate. Gros is de directeur van het Brusselse Center for European Policy Studies en was eerder actief bij het IMF en de Europese Commissie.
Politiek gezien is de Europese Unie een quasi-federatie van soevereine, democratische landen, die elk hun eigen toekomst bepalen. Maar de eurozone is een economisch systeem dat bedoeld is voor een eengemaakt Europa.
De founding fathers van de EU hadden op de lange termijn een politieke unie voor ogen, en de monetaire unie moest hiervoor een eerste stap zijn. Nu blijkt echter dat men te hard van stapel is gelopen, en dat de economische architectuur van de eurozone en de democratische wil van de soevereine staten vaak lijnrecht tegenover elkaar staan. Met andere woorden: democratie of de eurozone, pick one.
Het Grieks plan om de bailoutvoorwaarden van oktober vorig jaar aan een referendum te onderwerpen werd door de toenmalige Duits-Franse tandem Merkel-Sarkozy verworpen. Maar de populaire wil zal uiteindelijk toch zegevieren in ons democratisch Europa, want als de Grieken in de komende verkiezingen de besparingen verwerpen, moet de eurozone zonder Griekenland verder.
Dit betekent niet dat de eurocraten hun plannen voor een eengemaakt Europa zullen opbergen. De pleitbezorgster van de Europese droom is tegenwoordig Angela Merkel. “We hebben niet enkel een muntunie, maar ook een fiscale unie nodig”, zei ze op donderdag in een interview met de Duitse zender ARD, “en stap voor stap moet de politieke macht overgedragen worden naar Europa.”
De plannen voor meer Europese integratie komen in verschillende vormen – bankenunie, fiscale unie, eurobonds, politieke centralisatie – maar de motivatie is steeds dezelfde: de economische integratie van de eurozone (en het politiek kapitaal dat er aan de basis van ligt) veilig stellen door het groots Europees plan in stroomversnelling te brengen, liefst zonder referenda.
Maar de kiezers spreken zich in toenemende mate uit tegen de monetaire unie. In de meeste landen is de kost van een mogelijke exit nog steeds te hoog om zich volledig tegen Europa te keren. Maar Griekenland bewijst dat de drempel overschreden kan worden, en de stem van het volk nog steeds de koers van het land bepaalt.
Doch, Griekenland is relatief klein voer, en zal, zelfs in het slechtste scenario, de Europese droom niet geheel in stukken doen barsten. Het zijn de grotere probleemlanden, Italië en Spanje, die uiteindelijk de toekomst van Europa zullen bepalen.
Rajoy en Monti kiezen voor Europa, en krijgen, in tegenstelling tot het ‘onbelangrijke’ Griekenland, meer bewegingsruimte. Maar als de democratische wil van hun kiezers zich ooit uitspreekt tegen de dictaten van de eurocratie, zoals dat in Griekenland dreigt te gebeuren, is er niets dat het uiteenspatten van de eurozone kan beletten, tenzij tegen dan de democratie volledig opzij kan worden gezet.
Bron : Project Syndicate / Express.be
Geen opmerkingen:
Een reactie posten