Je ziet via de media beelden over mensen, hele gezinnen
zelfs, die oorlog, dictatuur, armoede, gebrek aan toekomst ontvluchten en een
weg zoeken naar Europa. Je hoort en leest wat zij daarvoor opgeven, wat zij
ervoor overhebben. Je leeft met hen mee, maar … voelt je machteloos. En plots zijn
die mensen er, op amper een vijftal kilometer van bij je thuis.
Zo vonden we vorig jaar met vele anderen de weg naar de
kazerne van Helchteren: om hen te
onthalen en om hun te laten voelen dat wij hun de kans wilden geven om in onze
samenleving een nieuw leven op te bouwen. Een van de hefbomen daarvoor was het
aanleren van onze taal. Het Nederlands
dat zij o.m. via het volwassenonderwijs aangeboden krijgen, proberen wij in
praatcafés te activeren en in concrete contexten te laten gebruiken. Om het
gesprek in het Nederlands op gang te
brengen gebruiken wij allerhande triggers: hun eigen verhaal, de situatie
waarin zij terechtgekomen zijn, tv-uitzendingen, krantenartikelen,
beeldmateriaal … maar ook info over het leven in België - van het weer en de gewoonten tot waarden en normen in een
democratische samenleving … Kortom alles wat het gesprek kan stofferen, wat hun
belangstelling wegdraagt of wat hun iets kan bijbrengen over het leven hier.
Maar meer nog dan info en gesprek zijn het de mensen die je
mag ontmoeten die indruk maken: Hamayoun,
Khaled, Hayder, Djenarin, Quais … en vele anderen. In de contacten
blijkt telkens opnieuw hoeveel wij van elkaar te leren hebben qua
menselijkheid, fijngevoeligheid, vriendschap … Er zijn mensen bij met
ingenieurstitels en mensen die werkten als kapper of als taxichauffeur, er zijn
huisvrouwen bij en leraressen, jongeren en ouderen. Uit de ontmoetingen en
gesprekken blijkt hoe mensen van over heel de wereld gelijkaardige verlangens,
dromen en verwachtingen koesteren. Je mag hun vreugde delen als ze toelating
krijgen om in België te blijven. Maar
toen Sayed ons enkele dagen geleden
omhelsde omdat hij uitgewezen werd of toen Twana
terugkeerde naar Irak omdat zijn
dochtertje ziek was, liep ons dat koud over de rug.
Vluchtelingen uit Syrië,
Irak, Afghanistan … introduceren ons onbewust ook in hun cultuur, in hun
manier van leven en denken: dat is niet alleen erg verrijkend, het helpt ons
nadenken over onze levensstijl. Als je met auto voorbij een rij mensen rijdt
die te voet van hun verblijf in het opvangcentrum naar de ingang, één kilometer
verderop, stappen, dan laat je dat niet onberoerd: hebben zij als mens niet
evenveel recht op comfort, veiligheid, bescherming als wij?
Kortom vrijwilliger mogen zijn in zo’n centrum is een
voorrecht: een blikopener op een wereld die oneindig veel groter, veel rijker
en veelzijdiger is dan de onze, maar die ons ook veel sterker nog dan voordien
leert appreciëren wat ons zomaar gegeven is.
Ik deed er van toen de mensen nog onderweg waren voorbereidingen zoals spandoek, verwelkoming organiseren, dan weken van noodhulp (on-voor-stel-baar, maar vol adrenaline), vooral kledij; vanaf november meer activiteiten en in februari met kledij geven gestopt (ik, anderen niet, er zijn 70 vrijwilligers, die minder of meer doen). De rest is kort beschreven, maar honderden verhalen... Van mannen en vrouwen en kinderen en families, en gebroken families en mensen die rouwen op afstand vanwege familie in bombardementen dood, van alleenreizende jongeren, van mensen die terugkeerden (naar Irak en Afghanistan door vuile Franken premie!) en vermoord, enzovoort....
Ik zeg er niets privé over op fb, omdat ik dat niet wens te doen, ‘scoren’ op hun kap, maar ook privacy...
Je mag wat je kan gebruiken van voorgaande zinnen erbij zetten, maar niet ‘teveel’.. snap je?
Wat ik nog het ergste vind zijn de racisten en zelfs fascisten (die dus hun ware aard laten zien als ze weten dat ik met vluchtelingen omga), maar ook ‘bangerikken’ en daarom me negeren van vrienden en familie (anderen waar ik het niet van verwachtte willen wel ‘begrijpen’).., daarom : we blijven ertegen vechten!
Els Colemont
Geen opmerkingen:
Een reactie posten