7. De leugen van de ‘trickle down’-economie
"Een van de grootste leugens die de Amerikanen opgedrongen krijgen is dat wanneer de rijken rijker worden, iedereen daar van profiteert - de zogenaamde trickle-down-theorie.
Decennialang werd gewone families verteld zich geen zorgen te maken over de toenemende kloof tussen de rijken en de rest. Wanneer het water stijgt gaan alle boten mee naar boven, klonk het. De omvang van de teleurstelling grenst aan het monsterachtige.
Want er bestaat geen proefondervindelijk bewijs - geen enkel - dat de trickle-downeconomie zoals beloofd meer jobs, hogere lonen en betere werkomstandigheden brengt voor miljoenen mensen. De realiteit is dat de rijken rijker worden. Punt. Ze kopen meer huizen en boten en andere zaken. Dat is vooral goed voor de luxesector. Maar op geen enkele manier vervult het de trickle-down-belofte.
De laatste indicator dat alles volledig fout loopt staat te lezen in een vorige week gepubliceerd rapport van het Economic Policy Institute. Daarin wordt geconcludeerd dat de verloning van de Amerikaanse CEO’s tussen 1978 en 2018 met 940% steeg, terwijl de gemiddelde werknemer een miserabele 12% meer loon kreeg uitbetaald. [...] Met andere woorden verdient een CEO nu gemiddeld 278 keer meer dan zijn gemiddelde werknemer. In 1965 was die ratio 20 op 1.
Veel van de schuld voor de trickle-down-leugen komt op rekening van de conservatieve econoom Arthur Laffer, de peetvader van de zogenaamde “Reaganomics.” Die legde aan de hand van een eenvoudige grafiek uit dat wanneer de belastingen dalen, de overheid meer inkomen genereert. Dit is weinig meer dan een magisch denken, dat sinds de jaren 1970 de intellectuele basis vormt van zowat alle Republikeinse economische plannen.
In juni beloonde president Trump diezelfde Laffer met de Presidential Medal of Freedom, ‘s lands hoogste onderscheiding voor een burger. Volgens de president heeft Laffers ‘briljante theorie' de waarde van trickle-down-economics bewezen. Keer op keer opnieuw.
Maar dat heeft ze niet. Integendeel. Keer op keer opnieuw."
David Lazarus, in de Los Angeles Times
|
Geen opmerkingen:
Een reactie posten