Goeienavond beste lezer, Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik vond de zomer van 2026 overdreven zomers. Het was te heet, te droog, te bosbranderig, tegelijk lag ik te drijven in bed. Ik had er nochtans naar uitgekeken sinds februari – wisten wij veel dat de zomer ons ook dit jaar tegen ons zou keren. (Natuurlijk wisten we dat wel.) Sinds pakweg augustus heb ik dan ook gesmacht naar de herfst. Pompoen, witloof, knolselder, fazant, veenbessen, ik was er klaar voor. De dubbele donsdeken kwam uit de kast, de truien maakten promotie een schapje opwaarts. Ik kwam ter aarde in november; eenmaal een herfstkind, altijd een enfant d’automne. Je zult het altijd zien: nu het daarbuiten onverdeeld herfstig is, heb ik het al helemaal gehad. Hoeveel pompoensoep moet ik in godsnaam nog naar binnen werken? Is fazant altijd zo droog? Zijn de veenbessen dit jaar extra zuur? Dinsdagavond betrapte ik me erop dat ik na werktijd plots in een woonwinkel stond om twee extra sfeerlampen en een onbetamelijk aantal kaarsen in te slaan. Vorig weekend was ik aan de kust, de zon maakte in een minuut tijd voor hagelslagregen. Het Noordzeeweer went, schrijft Guinevere Claeys in DS Weekblad. Hoe herken je toeristen aan zee? Ze vliegen soms weg. Nu de wintertijd is ingegaan, gaat het pas echt hard. Hoeveel sfeerlampen kan een interieur verdragen? Ik laat het u begin mei weten. Met of zonder pompoen, maak er nog een sfeervol weekend van. |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten