SPREAD THE INFORMATION

Any information or special reports about various countries may be published with photos/videos on the world blog with bold legit source. All languages ​​are welcome. Mail to lucschrijvers@hotmail.com.

Search for an article in this Worldwide information blog

Posts tonen met het label technologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label technologie. Alle posts tonen

donderdag 11 oktober 2012

De factoren die porno op internet groot maakten, versnellen nu de val van de XXX-industrie






De ontstaansgeschiedenis van internetporno is een wervelend verhaal vol spam, ondernemerschap en miljarden dollars (en euro’s). Op The Next Web geeft Christopher Jackson een overzicht van de online porno-industrie van ASCII tot streaming video.
Vóór de komst van internet betekende porno: magazines in een duister hoekje van je krantenwinkel, dure betaalkanalen op tv en gespecialiseerde videozaken in weinig aanbevelenswaardige buurten. Boven alles was het iets geheimzinnigs dat je met niemand deelde.
De begindagen van internet waren ook de begindagen van online pornografie. Erotica verscheen op discussiefora en Usenet en de eerste (gescande) foto’s werden er moeizaam op gedeeld.
Pornografie en internet waren van bij het begin perfect voor elkaar. Liefhebbers konden anoniem materiaal delen met anderen en zich verdiepen in niches die mainstreambedrijven niet aanboden. De eerste betaalfora met erotische foto’s verschenen, maar enkel bestaand materiaal kon worden gedeeld.
De technologie bestond immers nog niet om nieuw materiaal te verspreiden via internet. De uitzondering is de opkomst van ASCII-foto’s, gegenereerd door liefhebbers. Verrassend genoeg is er tot op vandaag nog steeds interesse voor deze tekstuele vorm van pornografie.
Porno heeft natuurlijk ook een duistere kant, maar de meeste pornografische websites zijn legaal en worden beheerd door legitieme bedrijven zoals Adult Check, CyberAge, CCBill en Internet Billing Co. Die concentreren zich op twee zaken: toegangsscreening (tegen minderjarigen) en betalingsmethoden.
De oplossing voor beide problemen bleek de kredietkaart. Met een kredietkaart kon men bewijzen dat men meerderjarig was en binnen een paar minuten toegang krijgen tot erotisch materiaal. De pornoleveranciers konden op hun beurt bewijzen dat ze geen materiaal toonden aan minderjarigen. Op deze manier werd online porno pas echt big business.
Technologie is altijd een beperkende factor geweest voor de verspreiding van porno, maar minder bekend is dat porno ook een beslissende factor was achter belangrijke technologische doorbraken. Zo hebben streaming video, live chat en snelle breedbandverbindingen volgens analisten veel te danken aan de pornografische industrie en de immense marktvraag naar erotisch materiaal.
Vandaag is de industrie ongeveer 75 miljard euro per jaar waard. Toch bevinden we ons volgens de grote erotische bedrijven in het meest duistere dal in 25 jaar. De oorzaak van hun pessimisme is het enorm succes van online porno: sites als YouPorn en RedTube hebben de YouTube-formule toegepast op erotisch materiaal en het hele zakenmodel van de gevestigde bedrijven overhoop gegooid.
Wat nu gebeurt is deel van de onvermijdelijke trend van ontwrichtende technologieën. De dagen van Playboy, Vivid en Hustler zijn voorbij en de democratie van internet verandert alles. Dit geldt evenzeer voor de porno-industrie, want, zo besluit Jackson, internet is er niet enkel voor porno, internet is er vooral dankzij porno.

Bron : Express.be

vrijdag 5 oktober 2012

Zet je schrap: 'Ongelimiteerde economische groei is iets van het verleden'






Sinds de Industriële Revolutie is de idee van continue economische groei voor de meeste mensen bijna vanzelfsprekend geworden. Volgens professor Robert Gordon en economie-expert van de Financial Times Martin Wolf komt die groei over de komende eeuw echter tot een eind.
Ongelimiteerde groei is een relatief recent concept. Gedurende het gros van de menselijke geschiedenis bleef de groei in output per persoon nagenoeg constant. Tussen het midden van de 18de en het midden van de 20ste eeuw versnelde de productiviteit echter enorm. Die trend is sinds de jaren 1950 vertraagd volgens Gordon en zal dat blijven doen tot  opnieuws tagnering wordt bereikt.
Gordon ziet de economische groei in die periode als het gevolg van de ontdekking en exploitatie van grensverleggende technologieën:
De eerste industriële revolutie werd gedreven door stoom en de locomotief.
De tweede door elektriciteit, de verbrandingsmotor, tapwater en sanitair, massacommunicatie, chemicaliën en olie.
De derde, nu al vijftig jaar oud, door de computer, halfgeleiders en internet.
De economische en maatschappelijke impact van de tweede industriële revolutie was dieper dan de eerste en de derde. In die periode werd het leven van de gemiddelde burger in Noord-Amerika, Europa en Japan radicaal getransformeerd en verbeterd. Zulke transformaties blijven echter niet duren.
Het informatietijdperk – de derde industriële revolutie – is ‘luid en krachtig, maar relatief weinig significant’. De jaren negentig van vorige eeuw kenden weliswaar een grote groei in productiviteit, maar dat effect is ondertussen al vervlakt.
De technologische informatie-innovaties van vandaag zijn intens, maar hebben betrekking op slechts één aspect van technologie. Binnen een paar decennia zal elke aardbewoner toegang hebben tot alle informatie, maar echte economische groei is vandaag trager dan honderd jaar geleden.
De conclusies van deze analyse zijn volgens Wolf de volgende:
De VS is nog steeds wereldleider in innovatie. Als de Amerikaanse groei vertraagt, wordt het gemakkelijker voor anderen om een inhaalbeweging te maken.
Die inhaalbewegingen zullen de globale groei nog een hele tijd blijven ondersteunen.
Groei draait niet enkel om incentieven maar ook om mogelijkheden. Productiviteitswinst is enkel mogelijk als de juiste technologische doorbraken er zijn. Belastingverlagingen kunnen dit niet veranderen.
De economische groei als gevolg van de bevolkingsgroei zal ook vertragen omwille van de vergrijzing.
Het beschikbaar inkomen van de ‘99%’ zal niet blijven groeien en beginnen stagneren, als dat nu al niet het geval is.

Bron : :Financial Times / Express.be

woensdag 5 september 2012

Race om nieuwe iPhone 5 is losgebarsten


Vroeger was alles beter, tenminste toch voor Apple. Het bedrijf, toen nog geleid door Steve Jobs, hulde de lancering van nieuwe producten altijd in een mysterie. Dat kon zonder noemenswaardige problemen, want de concurrentie kwam toch altijd een straat achterop.


Dat is echter niet langer meer het geval. Apple komt (hoogstwaarschijnlijk) met een nieuwe smartphone op de markt, maar ditmaal heeft de concurrentie zich schrap gezet. Nokia en Motorola Mobility hebben voor woensdag de lancering van nieuwe producten aangekondigd, Amazon volgt een dag later.

Op de grote technologiebeurs in Berlijn kondigden Sony en Samsung nieuwe tablets en smartphones voor. Apple zelf zou op 12 september ‘iets’ nieuws voorstellen, waarschijnlijk een nieuwe iPhone. Afgaande op hun aankondiging, met een 5 verwerkt in de melding (zie bijhorende foto), kan er weinig twijfel meer over bestaan.

De technologiesector is dus in de ban van de nieuwkomers. Maar de beurskoers van Apple is niet onder de indruk van het opdringen van de nieuwkomers. Een goede dag kan volstaan om die beurskoers naar een nieuw all-time high te voeren.

Wachten op China

De Chinese economie geeft signalen die wijzen op een vertraging, maar veel zorgen maken de investeerders zich daar niet om. Het lijkt slechts een kwestie van tijd te zijn alvorens nieuwe ondersteunende maatregelen mogen verwacht worden. Die maatregelen kunnen ook de beurskoersen in Shanghai een duwtje in de rug geven.

Wanneer China het voorbeeld geeft kan de rest van de wereld volgen. Naar onze mening is het een goede zaak dat de Chinezen zich eerder voorzichtig opstellen. Te snel handelen kan tot excessen leiden, met meer bepaald mogelijke bubbles tot gevolg. Die zeepbellen wil Beijing dus kost wat kost vermijden. We wachten dus op China en dat doen momenteel ook de beurskoersen.

Bron : Slim Beleggen

dinsdag 4 september 2012

Google en Microsoft financieren Obama, Romney krijgt vooral geld van Wall Street






De universiteit van Californië (UCLA), Google, Microsoft en de universiteit van Harvard zijn de belangrijkste financiers van de Obama-campagne 2012. Zijn Republikeinse tegenhanger Mitt Romney haalt zijn geld voornamelijk op Wall Street bij financiële reuzen als Goldman Sachs, JPMorgan Chase & Co, Morgan Stanley en Bank of America.

Dat blijkt uit een voorlopige rangschikking van OpenSecrets.org.  Het geld wordt niet rechtstreeks aan de kandidaten overgemaakt, maar belandt bij hen via een reeks vehikels die de Amerikaanse wetgeving daarvoor heeft gecreëerd.

Obama heeft deze campagne al zo’n 348 miljoen dollar verzameld; Romney net iets meer dan de helft: 193 miljoen dollar.

Obama’s banden met de techwereld dateren van de vorige presidentscampagne toen Eric Schmidt van Google en Steve Ballmer van Microsoft voor hem campagne hadden gevoerd. De plannen van de huidige president om de bankenwereld aan banden te leggen hebben hem op Wall Street duidelijk niet populair gemaakt.

Geld speelt een steeds belangrijker rol in het Amerikaanse verkiezingsdebat, merkt de Wall Street Journal op. Vooral zogenaamde onafhankelijke bewegingen drukken steeds nadrukkelijker hun stempel op het politieke debat. Rijke donateuren, maar ook vakbonden kunnen zo de agenda van zowel de Republikeinen als de Democraten bepalen, een trend die de democratie in gevaar brengt, aldus de WSJ. Tussen 2005 en 2011 droegen vakbonden ruim 4 miljard dollar toe aan beide partijen.

Bron : Express.be

dinsdag 21 augustus 2012

De moslimwereld en technologie


Digitale technologie heeft een wereldwijde omwenteling teweeggebracht en de islamitische wereld vormt daarop geen uitzondering. Volgens The Economist zijn moslims op sommige vlakken zelfs nog meer in de ban van het internet en de smartphone dan de rest van de wereld.


Sommige islamitische hardliners hebben fatwas uitgevaardigd tegen de digitale technologie, maar die zijn weinig effectief gebleken. Volgens een recente peiling van de marktonderzoeksfirma Ipsos hebben rijke moslimlanden (61% in de VAE) de hoogste penetratiegraden van smartphones ter wereld. En zelfs in arme landen zoals Egypte (26%) is de smartphone helemaal doorgebroken.
Moslims gebruiken hun smartphones net als westerlingen: ze sturen tekstberichten, gebruiken sociale netwerken en kopen online. De technologie wordt echter ook ‘geïslamificeerd’: moslimjongeren gebruiken ze om zich af te zetten van zowel traditionele als Westerse modellen.
De smartphone is voor velen immers een (gedeeltelijk) religieuze tool geworden. Er bestaan apps die de dichtstbijzijnde moskeeën en halal-restaurants aangeven, online tutorials om te leren bidden en tal van Koran-apps, zoals ‘Quran Majeed’ dat al drie miljoen keer is gedownload.
Internet is helemaal ingeburgerd bij moslims en er duiken overal speciale websites op om aan de vraag te voldoen. Voorbeelden zijn de datingsite ‘Muslima’, de online seksshop ‘El Asira’ die aan de shariawetten voldoet en Salamworld, een ‘Facebook voor moslims’ dat binnenkort de deuren opent.
Maar misschien nog belangrijker zijn de talloze islamfora, waarop moslims het openlijk hebben over religieuze kwesties. Dit betekent dat vele moslims niet langer enkel op hun lokale predikers moeten vertrouwen en nu zelf teksten kunnen opzoeken en eigen interpretaties delen met elkaar.
De reactie van de officiële islamautoriteiten is gemengd. Sommigen argumenteren voor censuur, anderen voor een verbod op internet. De meesten zien echter een belangrijke rol voor de nieuwe media en proberen ze te gebruiken om hun boodschap te versterken.
Het gevolg van de digitalisering van de islam zal complex zijn en moeilijk te voorspellen, besluit The Economist.
Voor sommigen betekenen de technologieën een medium voor de verspreiding van radicale en haatdragende ideeën. Anderen zullen ze gebruiken om vooruitstrevende sociale ideeën te verspreiden (zoals dat van een nieuwe, onafhankelijke moslimvrouw) en om politieke verandering teweeg te brengen (zie de Arabische Lente).

Bron : The Economist / Express.be

vrijdag 17 augustus 2012

Wat garandeert het succes van een programmeur?


Een werkomgeving die topprogrammeurs cultiveert is er één die zijn werknemers de meeste privacy, persoonlijke ruimte, controle over hun fysieke omgeving en afwezigheid van storende factoren aanbiedt. Dat blijkt uit een onderzoek van de professoren DeMarco en Lister, waaruit wordt geciteerd in het boek ‘Quiet: The Power of Introverts in a World That Can’t Stop Talking’ van Susan Cain. Volgens de studie presteren de beste programmeurs tien keer beter dan de slechtste en waren de topprogrammeurs twee en een half keer beter dan de mediaan.
Toen de onderzoekers op zoek gingen naar de onderliggende factoren van deze grote verschillen in prestaties, bleek dat voor de hand liggende oorzaken als ervaring, salaris en werktijd niet relevant waren.
De professoren stonden voor een mysterie, totdat ze ontdekten dat programmeurs uit dezelfde bedrijven ongeveer even goed presteerden, hoewel ze niet samen werkten.
62% van de beste programmeurs gaf aan dat hun bedrijf hen genoeg privacy gaf en ‘slechts’ 38% klaagde over onnodige onderbrekingen. Bij de slechtst presterende programmeurs was dit respectievelijk 19 en 76%.
De conclusie is dan ook duidelijk: bedrijven die hun programmeurs privacy en vrijheid geven, presteren beter.

Bron : Express.be

maandag 30 april 2012

Videobewaking: goed voor de politie; slecht voor uw privacy


China steekt binnenkort het Verenigd Koninkrijk voorbij inzake het aantal veiligheidscamera’s (in het VK zijn er 3 miljoen actief). Bo Xilai, de gevallen gouverneur van Chongqing bestelde er in 2010 liefst 500.000. Maar China is verre van alleen. In vrijwel alle democratieën verschijnen meer en meer camera’s, in toenemende mate uitgerust met gezichtsherkenningssoftware. Zo heeft het Japanse technologieconcern Hitachi onlangs nieuwe biometrische camera’s ontwikkeld die gezichten van voorbijgangers opslaan in een gezichtendatabank. Die databank kan later tegen een snelheid van 36 miljoen gezichten per seconde worden geraadpleegd.

Zowel overheden als bedrijven zien enorme mogelijkheden in software die automatisch gezichten kan herkennen. De technologie wordt ook met de dag performanter.  In 2010 berekende het Amerikaanse National Institute of Standards and Technology (NIST) dat het beste programma 92% van 1,6 miljoen fotos’ van criminelen correct kon identificeren.  De foutmarge halveert om de twee jaar en de software wordt met andere woorden dermate goed dat sommigen zich vragen beginnen te stellen bij de wettelijke en politieke implicaties ervan.

Harley Geiger van het Centre for Democracy & Technology, bijvoorbeeld, waarschuwt dat gezichtsherkenning een wereld kan creëren “waarin iedereen een publiek figuur wordt.” Vrijheid van meningsuiting wordt in de kiem gesmoord wanneer alles en iedereen in de gaten gehouden kan worden.

Sommige bedrijven erkennen het gevaar van publiek protest tegen de nieuwe camera’s. Zo heeft Eric Schmidt van Google al aangekondigd dat zijn bedrijf grenzen zal stellen op de aangeboden gezichtsherkenningsdiensten, “om te vermijden dat er een griezelige grens wordt overschreden.”

Toch blijven ook democratische overheden investeren in de technologie om zo het gedrag van het volk te monitoren. In sommige landen, zoals de VS en Duitsland, begint de trend stilaan echter op tegenstand te stuiten. Een gebrek aan anonimiteit heeft grote gevolgen voor de vrijheid van meningsuiting, schrijft Kelly Gates, in een boek over camerabewaking.
Nicholas Bequelin, een onderzoeker voor Human Rights Watch, bevestigt dat. Toen er in 2009 rellen uitbraken in de Chinese provincie Xinjiang, bestelden de lokale autoriteiten duizenden camera’s. De protesten stokten. Videobewaking als ideaal middel om politieke protesten in de kiem te smoren, aldus Bequelin.
Bron : The Economist / Express.be